In 2023 verscheen ‘Vraag Raak’. Het is een boek waarin je de techniek van het (socratisch) vragen aanleert, zoals een boogschieter leert schieten. Het boek bevat verschillende oefeningen en casussen om te gebruiken in je eigen omgeving. Je vindt meer info HIER.

In 2020 verscheen ‘Het filosofisch gesprek’ waarin Kristof de basis uitlegt van goede (filosofische) gespreksvoering. Je vindt alle info HIER.
HIER kan je de online boekpresentatie herbekijken. Kristof geeft er een beknopt overzicht over wat er in het boek staat!
In 2017 schreef Kristof Van Rossem samen met zijn studenten het boekje Leerling of bekeerling. Radicalisering bespreken in de klas (2017) Leuven : Acco.
Wil je een webinar herbekijken over ‘hoe omgaan met controversiële thema’s in de klas’? KLIK HIER !
Als je op de titel klikt, vind je een lijstje met vragen waarmee je meteen een socratisch gesprek mee kan aanvatten. Met dank aan Hans Bolten.
Dit is een uitvoerige vraag-oefening (gepubliceerd in ‘Het Filosofisch Gesprek’) waarin je de maieutische stijl in het stellen van vragen oefent in een één-op-één gesprek. Je vindt de instructie hier : Socrates op de markt
Dit is een oefening die zich ertoe leent om met een grote groep te doen. Het is een oefening waarin deelnemers leren reflecteren zonder dat hier (in eerste instantie) een groepsgesprek voor nodig is. Daarom is het ook geschikt voor beginnende gespreksleiders.
De oefening verscheen in Kessels, J. – Ruiter, J.E. e.a. (2022) Hoog Spel. Leusden : ISVW
Je vindt de oefening hier: Sorteeroefening
Vaak gaat een socratisch gesprek over een verhaal van een deelnemer uit het recente verleden. Dat verhaal wordt dan ingebracht in de groep en functioneert als referentie van de bewering die de cliënt hierover heeft in termen van een bepaalde vraag of kwestie. Maar je kan ook een socratisch gesprek doen over een gezamenlijke hier-en-nu ervaring. In bijlage lees je hoe je een samenwerkingsoefening (een blokkentoren maken) kan doen als opstart van een socratisch gesprek.
De oefening verscheen in Kessels, J. – Ruiter, J.E. e.a. (red.) (2022) Hoog Spel. Leusden : ISVW, p.90-95.
Je vindt de oefening hier: http://socratischgesprek.be/wp-content/uploads/2022/08/hierennuSG.pdf
De deelnemers :
Korte werkvorm (duur ongeveer 20 minuten, met een groep van min. 4 max 12 personen)
Dit is een oefening die je in de klas kan doen met leerlingen.
De oefening is genoemd naar ‘de grot van Plato’. In dit beroemd verhaal, geciteerd in De Staat, vertelt Plato hoe Socrates zijn gesprekspartners ‘bevrijd’ uit de vermeende kennis. Die vermeende kennis over de werkelijkheid komt tot stand door ononderzochte oordelen van mensen over hun waarnemingen. Socrates haalt mensen volgens dit verhaal uit de ‘oppervlakkigheid’ van oordelen over de uiterlijke werkelijkheid (vb. “Dat schilderij is mooi”) om op onderzoek te gaan naar de achterliggende begrippen, aannames in de innerlijke werkelijkheid van elk individu.
In deze oefening werk je met één begeleider en één cliënt. De gespreksleider mag de gesprekspartner enkel vragen stellen. Hij/zij mag geen bevestigende interventies doen als hummen, knikken, parafraseren etc. Hij/zij bewaart de empatische nulstand, de socratische houding.
De gespreksleider stuurt in zijn vraagstelling de partner van een beschrijving van de ervaring (in de feitelijke werkelijkheid buiten hem of haar) tot een eigen oordeel over de gebeurtenis. Nadat hij dit heeft bereikt, stuurt hij/zij via louter vraagstelling verder tot hij de partner brengt tot het reflecteren over dit oordeel. Het doel van de oefening is dat de gesprekspartner zich afvraagt : 1. Wat vind ik nu van mijn ervaring (in het kort)? 2. Welke redenen heb ik nu om dit te vinden?
Belangrijk : de onderstaande vragen zijn niet bepalend noch richtinggevend. In elke situatie moet de vraagsteller zelf de vragen zoeken die op dat moment de juiste zijn. Onderstaand lijstje is er enkel om aan te geven welke soort vragen je stelt om iets te bereiken. Ze geven mogelijk houvast bij het uit elkaar halen van de verschillende niveau’s en bij de sturing in het gesprek.
Oefening
1. Vragen naar de feitelijke ervaring :
2. Vragen naar de eigen beleving, de waarneming van de feitelijke ervaring
3. Vragen naar de opvatting over die beleving
4. Vragen naar de argumenten
5. Verdere onderzoeksvragen