Materiaal en oefeningen

Omgaan met controverses in een (klas)groep

In 2017 schreef Kristof Van Rossem samen met zijn studenten het boekje Leerling of bekeerling. Radicalisering bespreken in de klas (2017) Leuven : Acco.

In november 2017 was hij te gast op een Webinar over ‘hoe omgaan met controversiële thema’s in de klas’. Je kan dit herbekijken, KLIK HIER !

 

Oefening – “Wat is dit ?”

 Doelstellingen :

De deelnemers :

  1. kunnen/durven een standpunt innemen
  2. concretiseren hun algemene bevindingen
  3. leveren argumenten aan voor hun standpunt
  4. geven het onderzoek naar de vraag waarover ze het hebben niet op
  5. kunnen herhalen wat ze zelf hebben gezegd en wat anderen hebben gezegd

Korte werkvorm (duur ongeveer 20 minuten, met een groep van min. 4 max 12 personen)

  1. De begeleider neemt een object naar keuze dat er een beetje ‘problematisch’ uitziet
  2. De begeleider plaats het object in het midden van de groep en geeft de opdracht mee :‘Tracht een gezamenlijk antwoord te vinden op de vraag : “Wat is dit?” je krijgt hiervoor 10minuten tijd’.
  3. Gedurende het gesprek :
    1. Doet de begeleider niets (voor beginners)
    2. Stuurt de begeleider op de bovenstaande items (voor gevorderden)
  4. Na exact 10 minuten legt de begeleider het gesprek stil en vraagt aan iedere deelnemer apartwat nu het antwoord is op de vraag. Hij stelt vast of dit antwoord gezamenlijk is of niet.
  1. De begeleider nodigt iedereen uit om voor zichzelf op te schrijven wat ze hebben gedaan in het licht van bovenstaande 5 doelstellingen. Je kan ook vragen om dit voor elkaar op te schrijven.
  2. In een nagesprek wordt onderzocht waarom sommigen op sommige doelstellingen (niet) goed scoren.
Vraag de oefening “De argumenten wegen” aan




 

De grot van Plato – oefening

 

Inleiding

De oefening is genoemd naar ‘de grot van Plato’. In dit beroemd verhaal, geciteerd in De Staat, vertelt Plato hoe Socrates zijn gesprekspartners ‘bevrijd’ uit de vermeende kennis. Die vermeende kennis over de werkelijkheid komt tot stand door ononderzochte oordelen van mensen over hun waarnemingen. Socrates haalt mensen volgens dit verhaal uit de ‘oppervlakkigheid’ van oordelen over de uiterlijke werkelijkheid (vb. “Dat schilderij is mooi”) om op onderzoek te gaan naar de achterliggende begrippen, aannames in de innerlijke werkelijkheid van elk individu.

In deze oefening werk je met één begeleider en één cliënt. De gespreksleider mag de gesprekspartner enkel vragen stellen. Hij/zij mag geen bevestigende interventies doen als hummen, knikken, parafraseren etc. Hij/zij bewaart de empatische nulstand, de socratische houding.

De gespreksleider stuurt in zijn vraagstelling de partner van een beschrijving van de ervaring (in de feitelijke werkelijkheid buiten hem of haar) tot een eigen oordeel over de gebeurtenis. Nadat hij dit heeft bereikt, stuurt hij/zij via louter vraagstelling verder tot hij de partner brengt tot het reflecteren over dit oordeel. Het doel van de oefening is dat de gesprekspartner zich afvraagt : 1. Wat vind ik nu van mijn ervaring (in het kort)? 2. Welke redenen heb ik nu om dit te vinden?

Belangrijk : de onderstaande vragen zijn niet bepalend noch richtinggevend. In elke situatie moet de vraagsteller zelf de vragen zoeken die op dat moment de juiste zijn. Onderstaand lijstje is er enkel om aan te geven welke soort vragen je stelt om iets te bereiken. Ze geven mogelijk houvast bij het uit elkaar halen van de verschillende niveau’s en bij de sturing in het gesprek.

 

Oefening

1. Vragen naar de feitelijke ervaring :

  • –  Wat is er precies gebeurd?
  • –  Wie was er bij betrokken?
  • –  Wanneer gebeurde dat precies?
  • –  Hoe heeft hij/zij dat aangepakt?
  • –  Hoe lang duurde het?
  • –  Hoe reageerden de anderen?
  • –  ………

2. Vragen naar de eigen beleving, de waarneming van de feitelijke ervaring

  • –  Wat riep dat bij je op?
  • –  Wat ging er door je heen op dat moment?
  • –  Wat zag je allemaal?
  • –  Wat dacht/voelde je toen?
  • –  Hoe voel je je hier nu bij?
  • –  …………..

3. Vragen naar de opvatting over die beleving

  • –  Wat vind je hier nu van?
  • –  Wat is in al wat je nu zegt nu de kern?
  • –  Kan je dat in één zin wat scherper zeggen (+ zonder ‘ik vind’ er aan toe te voegen)?
  • –  Over welk moment in je ervaring gaat die opvatting?
  • –  Wie zijn de Xen in je opvatting en wanneer speelt zich dat af?
  • –  …………..

4. Vragen naar de argumenten

  • –  Waarom vind je wat je vindt?
  • –  Welke argumenten heb je voor deze opvatting?
  • –  Waarom is het waar wat je zegt?
  • –  Heb je ook een ander voorbeeld dat illustreert wat je vindt?
  • –  ……………….

5. Verdere onderzoeksvragen

  • –  Is je redenering geldig? Waarom?
  • –  Zijn je argumenten waar? Hoezo?
  • –  Klopt het dat het om die redenen zo is?
  • –  Met welke waarden en principes heeft dit te maken?
  • –  Welke waarden en/of principes zitten achter je argumenten?
  • –  Waar ga je van uit als je dat zegt?
  • –  ……………….

Vraag de oefening “Grot van Plato – muzikale stoel” aan




Phone: +32 473 71 58 35
Kokerijstraat 90
B 9310 Meldert